Bevlogenheid

Wat verstaan we onder bevlogenheid op de werkvloer?
Bij bevlogenheid gaat het om een positieve gemoedstoestand waarin werknemers tijdens het werk verkeren.

Er zijn drie aspecten aan bevlogenheid te onderscheiden:

  • Bevlogen werknemers gaan lang en onvermoeibaar door ook als het even tegenzit; ze beschikken over veel doorzettingsvermogen (vitaliteit).
  • Ze zijn enthousiast over het werk dat ze doen en vinden dat zinvol, inspirerend en uitdagend (toewijding).
  • Ook kunnen ze zich er moeilijk van los maken en als ze aan het werk zijn, lijkt de tijd stil te staan (absorptie). Bevlogen werknemers worden door hun werk ‘aangetrokken’.

Bevlogenheid is het tegenovergestelde van burnout. Bij burnout hebben werknemers juist heel weinig energie en voelen ze zich uitgeput. In plaats van toegewijd hebben ze weinig boodschap aan hun werk.

Bevlogenheid is meer dan tevredenheid met het werk. Bevlogen werknemers zijn tevreden met hun werk, maar het omgekeerde is niet automatisch het geval. Dat wil zeggen, tevreden werknemers hoeven niet bevlogen te zijn. Bevlogen werknemers gaan namelijk net een stapje verder, ze zijn actiever en hebben een grotere 'drive' dan tevreden werknemers. Daardoor presteren ze ook beter.

Bevlogenheid is ook wat anders dan werkverslaving, workaholisme. Bevlogen werknemers werken hard omdat ze het werk zelf leuk vinden. Workaholics werken hard omdat ze dat van zichzelf ‘moeten’, ze kunnen niet anders.

Wat maakt werknemers bevlogen?

Bevlogen werknemers krijgen energie uit hun werk. Maar wat zijn nou precies die energiebronnen? Sommige energiebronnen hebben te maken met de aard en de inhoud van het werk. Bijvoorbeeld wanneer het werk gevarieerd en uitdagend is, een belangrijk onderdeel uitmaakt van wat anderen doen en de werknemer zelf veel kan regelen dan zal hij of zij eerder bevlogen raken. Andere energiebronnen hebben te maken met het sociale klimaat op het werk. Bijvoorbeeld wanneer een werknemer feedback, steun en waardering van zijn collega's en leidinggevende krijgt zal hij eerder bevlogen raken. Ook is een inspirerende leidinggevende van belang. Tenslotte zijn er energiebronnen die met het heden en de toekomst te maken hebben. Bijvoorbeeld, wanneer werknemers goed passen bij hun huidige functie en wanneer er in hun ogen voldoende leer- en ontwikkelings­mogelijkheden zijn zullen ze eerder bevlogen raken.

Naast deze energiebronnen op het werk zijn ook persoonlijke hulpbronnen van belang. Dat zijn energiebronnen die in de persoon zelf zijn gelegen. Daarbij gaat het om persoonlijke eigenschappen als zelfvertrouwen, optimisme, hoop, veerkracht, nauwgezetheid en stabiliteit. Kortom, bevlogenheid heeft zowel te maken met de aanwezigheid van voldoende energiebronnen op het werk als met bepaalde eigenschappen van de werknemer zelf die als persoonlijke energiebronnen opgevat kunnen worden.

Wat zijn de gevolgen van bevlogenheid?

Er zijn twee soorten gevolgen van bevlogenheid, beide positief.

Omdat bevlogen werknemers meer gemotiveerd zijn presteren ze ook beter. Niet alleen in hun eigen ogen, maar ook in die van hun leidinggevende. Ze doen een stapje extra, nemen meer initiatief en werken meer uren (over) dan hun niet bevlogen collega's. Ook maken ze minder fouten, verzuimen ze minder vaak en zoeken minder vaak naar een andere baan. Bevlogen teams halen een hogere omzet. Dat lijkt ook te gelden voor hele organisaties; bij bedrijven waar bevlogen mensen werken wordt meer winst gemaakt.

In de tweede plaats heeft bevlogenheid positieve gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van de werknemer. Bevlogen werknemers voelen zich prettig en herstellen snel van de inspanningen van hun werk. Ook biedt bevlogenheid bescherming tegen depressie. Bevlogen werknemers krijgen niet zo snel last van depressieve gevoelens of van ontevredenheid. Er bestaan aanwijzingen dat bevlogenheid goed is voor het hart en voor het afbouwen van het stresshormoon cortisol.

Bij wie komt bevlogenheid voor?

Zelfstandige ondernemers zijn het meest bevlogen, op redelijk grote afstand gevolgd door hen met een vast dienstverband of een tijdelijk dienstverband met uitzicht op vast werk. Daarna volgen werknemers met een contract voor bepaalde tijd, uitzendkrachten en oproepkrachten.

Bij docenten, kunstenaars, werknemers in de zorg en accountmanagers komt bevlogenheid het meest voor. Dat zijn beroepen waarin hoge verantwoor­delijkheid samen gaat met benutbare ruimte om zelfstandig aan het werk te zijn, variatie in het werk aan te brengen en uitdaging op te zoeken is. Onderaan de lijst van beroepen staan drukkers, winkelbedienden, werknemers in de voedingsmiddelenindustrie en secretaresses. Zij zijn het minst bevlogen. Hierbij gaat het om uitvoerende functies met minder ruimte om afwisseling aan te brengen, verantwoordelijkheid te nemen of zelfstandige keuzes te maken.

Verder zijn leidinggevenden meer bevlogen dan niet-leidinggevenden. Er bestaan geen verschillen in bevlogenheid tussen mannen en vrouwen. Tenslotte zijn oudere werknemers wat meer bevlogen dan hun jongere collega's.

Hoe kun je het bevorderen?

Bevlogenheid kan op twee manieren worden bevorderd: door groepsgerichte interventies en door individugerichte interventies. Algemeen gesteld gaat het in beide gevallen om het vergroten van energiebronnen.

Bij groepsgerichte interventies valt te denken aan:

  • Het aanpassen van de arbeidstaak. Daarbij gaat het om het vergroten van energiebronnen zoals werkvariatie en regelruimte.
  • Leiderschaps- en teamontwikkeling. Daarbij gaat het om het vergroten van energiebronnen zoals sociale steun, feedback en waardering.
  • Verbeteren van de relatie met de leidinggevende en de organisatie. Daarbij gaat het om het vergroten van het vertrouwen.
  • Het houden van ontwikkelingsgesprekken. Daarbij gaat het om een passende werkrol en het bieden van een loopbaanperspectief.
  • Training en opleiding. Daarbij gaat het om het vergroten van de leer- en ontwikkelingsmogelijkheden.

Bij individugerichte interventies valt te denken aan:

  • Het meemaken van succeservaringen en het hebben van een rolmodel. Daarbij gaat het om vergroten van het vertrouwen in het eigen kunnen.
  • Het ontwikkelen van de eigen persoonlijke hulpbronnen. Daarbij gaat het om het vergroten van de persoonlijke effectiviteit, bijvoorbeeld door het optimisme te versterken en de weerbaarheid te vergroten.
  • Selectie en assessment. Daarbij gaat het om de juiste man op de juiste plek, met name voor functies waar bijzonder bevlogen personeel voor nodig is.
  • “Positieve” interventies. Daarbij gaat het bevorderen van positieve gevoelens op het werk, bijvoorbeeld door behulpzaam naar anderen toe te zijn, of door complimenten te geven.

Vaak zal er sprake zijn van een integrale benadering, waarbij groeps- en individugerichte interventies gecombineerd worden. Werkgevers, HRM-ers, management én werknemers spelen een belangrijke rol bij het bevorderen van bevlogenheid. Gelet op de positieve effecten voor zowel het individu als de organisatie, is het mooi om bevlogenheid aandacht te geven.

Bron: Arbokennisnet


De positieve gevolgen van bevlogenheid op de werkvloer

School voor Mediation