Bron: MfN-register - 19 december 2016

Belangrijk: Wijziging MfN-regelgeving per 1 januari 2017.

De afgelopen periode hebben het MfN-bestuur, het SKM-bestuur en verschillende commissies zich gebogen over de herziening van de MfN-regelgeving, en de condities waaronder de MfN-registermediator werkzaam is. Het Mediationreglement en de Gedragsregels voor de MfN-registermediator zijn hierbij onder de loep genomen. Graag brengen wij u langs deze weg op de hoogte van twee belangrijke inhoudelijke wijzigingen van de MfN-regelgeving die per 1 januari 2017 in werking zullen treden. Eén wijziging heeft betrekking op het Mediationreglement en de andere wijziging heeft betrekking op de Gedragsregels voor de MfN-registermediator.
 


Wijziging in het Mediationreglement: artikel 8

Per 1 januari 2017 luidt artikel 8 van het Mediationreglement als volgt:

Artikel 8 – Einde mediation

8.1 – De mediation eindigt:

  1. door een schriftelijke verklaring van de mediator aan de partijen dat de mediation eindigt; of
  2. door een schriftelijke verklaring van een partij aan de andere partij(en) en de mediator dat zij zich uit de mediation terugtrekt.

Ter toelichting: het huidige artikel 8.1 sub a komt hiermee te vervallen (“door ondertekening door de partijen van de in artikel 10.1 bedoelde overeenkomst”).
 


Wijziging in de Gedragsregels voor de MfN-registermediator: artikel 9

Per 1 januari 2017 luidt artikel 9 van de Gedragsregels voor de MfN-registermediator als volgt:

Artikel 9 – Tarief en kosten

9.1 – De mediator maakt met partijen vooraf een afspraak over zijn tarief en de bijkomende kosten en legt deze afspraak vast in de mediationovereenkomst.

9.2 – Tenzij de mediator goede gronden heeft om aan te nemen dat partijen niet in aanmerking kunnen komen voor mediationtoevoeging, is hij verplicht partijen te wijzen op de mogelijkheid daartoe. Wanneer (één van) partijen in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging en niettemin verkiezen daarvan geen gebruik te maken, legt de mediator dat schriftelijk vast.

9.3 – De mediator zal voor een mediation waarin hij is toegevoegd voor zijn werkzaamheden geen vergoeding, in welke vorm dan ook, bedingen of in ontvangst nemen, afgezien van de door de Raad voor Rechtsbijstand opgelegde eigen bijdrage.

9.4 – Het is de mediator toegestaan een vast bedrag voor de mediation af te spreken.

9.5 – De mediator zorgt voor een duidelijke, inzichtelijke declaratie.

Ter toelichting: nieuw in dit artikel zijn de leden 9.2 en 9.3 met betrekking tot de gesubsidieerde rechtsbijstand. De huidige leden 9.2 en 9.3 zijn per 1 januari 2017 de nieuwe leden 9.4 en 9.5. Per 1 januari 2017 luidt de toelichting op artikel 9 van de Gedragsregels voor de MfN-registermediator als volgt:

Toelichting bij artikel 9

Bij de start van de mediation maakt de mediator een duidelijke afspraak over zijn tarief (of een vast bedrag voor de mediation) en eventuele bijkomende kosten. De mediator spreekt met partijen af wie de kosten van de mediation draagt. De mediator specificeert zijn declaratie op een heldere manier. Hij houdt een verrichtingenstaat bij en legt deze desgevraagd over, zodat het voor partijen inzichtelijk is voor welke werkzaamheden hij welke kosten in rekening brengt.

Partijen kunnen op verschillende terreinen (zoals op het personen- en familierecht, arbeid en ontslag, overeenkomsten en verbintenissen, huur en bestuur) in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging van de Raad voor Rechtsbijstand. De mediator dient bij aanvang van de mediation te onderzoeken of partijen (of één van hen) in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging. Deze verplichting kan achterwege blijven wanneer de mediator goede gronden heeft om aan te nemen dat partijen (of één van hen) niet in aanmerking komen voor een toevoeging. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de aard van het geschil niet voldoet aan de inhoudelijke eisen van de Raad voor Rechtsbijstand of wanneer de draagkracht van partijen hoger is dan de inkomenseisen van de Raad voor Rechtsbijstand (zie www.rvr.org). Mediators die niet zijn ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand verwijzen partijen die in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging in beginsel door naar een mediator die wel is ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Wanneer partijen in aanmerking komen voor een mediationtoevoeging en niettemin verkiezen daarvan geen gebruik te maken, legt de mediator dat schriftelijk vast.

De mediator mag – buiten de eigen bijdrage – in geen geval een bedrag in rekening brengen bij de partij op toevoegbasis. Het in rekening brengen van kosten aan de partij op toevoegbasis is in strijd met de bepalingen in de Wet op de rechtsbijstand (artikel 33e lid 3 en 38 lid 1) en met artikel 11 lid 4 van de ‘Inschrijvingsvoorwaarden mediators’ van de Raad voor Rechtsbijstand.

Website

De nieuwe MfN-regelgeving wordt in het nieuwe jaar gepubliceerd op de website van het MfN-register onder reglementen en modellen.
 

School voor Mediation

Mediation nieuws